Huisdieren
Veelvoorkomend bij hond/kat. Infectie: moeder→kleine (prenataal/melk), aarde met larven opeten, gastheer (kakkerlak) opeten. Symptomen pups: matte haren, trage groei, dikke buik. Diagnose: fecale onderzoeking. Behandeling: piperazine. Besmettelijk voor mens (kinderen geen aarde in mond).
Hechten aan darminwand, eten bloed/weefsel → bloedverlies/malnutritie. Infectie: placenta, aarde, melk, gastheer, voetzolen (huidpenetratie). Symptomen pas bij bloedverlies: anemie, bloed in stoel. Behandeling: fenbendazol (Panacur). Mens: via besmette aarde, meestal zelflimiterend.
1 inch tot meters lang. Dunne darm, wandhechting. Vlo = intermediaire gastheer. Behandeling: praziquantel (Droncit). Mens: hechten niet aan darmen, maar ziekte via hersenen/lever/longen.
Darm, wandhechting. Diarree → anemie, gewichtsverlies. Behandeling: fenbendazol (Panacur).
Geen darmp parasiet. Muggen dragen over, leven in hart. Grotere hond + meer buiten = hoger risico. Symptomen: hoest, lusteloosheid, gewichtsverlies, benauwdheid na lichte inspanning. Preventie: maandelijks Heartgard (ivermectine) of Interceptor (milbemycine) op recept. Eerst testen, dan preventie.