Huisdieren
Het castreren van je reu (teefjes worden gesteriliseerd) houdt chirurgisch het verwijderen van de teelballen in, zodat hij niet langer kan voortplanten. De ingreep wordt doorgaans uitgevoerd wanneer de hond tussen de vier en zes maanden oud is. Hoewel het irreversibel is, heeft castreren zowel positieve als negatieve bijwerkingen.
Na castratie neemt de productie van testosteron af. Dit leidt tot minder agressie en een verminderde drift om zijn territorium te markeren. Ook daalt de neiging om te zwerven, omdat hij minder belangstelling heeft voor de geur van teefjes. Castratie biedt daarnaast gezondheidsvoordelen: het risico op teelbalkanker en prostaatproblemen neemt af. Voor alle dieren helpt castratie bij het beheersen van de huisdierenpopulatie en het aantal ongewenste dieren.
De negatieve bijwerkingen van castratie bij een puppy zijn minimaal. Sommige puppy's komen na de castratie aan in gewicht, maar met de juiste voeding en voldoende beweging kun je dit effectief tegengaan. Honden kunnen problemen hebben met het herstellen van de narcose als ze al anemisch zijn vóór de ingreep; in dat geval wordt de operatie meestal niet uitgevoerd. Bij oudere honden kunnen de negatieve bijwerkingen ernstiger zijn, aangezien ze gevoeliger zijn voor shock tijdens de procedure.
Er bestaan veel mythen over gecastreerde honden. Sommigen denken dat een hond minder energie krijgt als hij geen drang meer heeft om te zwerven of de geur van teefjes te volgen. Gecastreerde honden hebben echter dezelfde energieniveaus als ongecastreerde honden. Een andere mythe is dat de persoonlijkheid van je hond plotseling verandert na castratie. Dat is niet waar, behalve dat hij minder zwerft, minder agressie toont en vaker stopt met territorium markeren. Sommigen geloven ook dat castratie dieren de lust van de seks ontnem. Honden verlangen echter niet naar seks om het plezier, zoals mensen dat doen; voor dieren is seks puur een voortplantingsinstinct.