Huisdieren
De woestijn is een prima habitat voor vele slangensoorten. De intense zon biedt voldoende warmte. De grond verhit snel overdag, nachtelijke warmtestraling houdt de lucht warm. Bekende woestijnslangen: westerse diamantklapperslang, Afrikaanse kobra, woestijnhorneviper.
Tropische regenwouden herbergen de grootste biodiversiteit. Slangen zijn aangepast aan klimmen en doorbrengen tijd in de midden- en lagere kronen. Ze zwemmen goed. Sommige hebben camouflagekleuren. Voorbeelden: pofadder, python, anaconda.
Deze gebieden hebben zwaardere winters. Slangen graven zich in of zoeken ondergrondse schuilplaatsen. Ze blijven op de bosgrond of bij water. In West-Europa en Noord-Amerika zijn er veel loofbossen; slangen schuilen in vallend blad. Voorbeelden: koperhoofdslang, koralslang, zwarte ratten slang, maïs slang. De eerste twee zijn hoogst giftig.
Slangen zijn populaire huisdieren. Een thuishabitat vereist een kooi of aquarium met kleine gaten, een warmte lamp, krantenpapier als bodembedekking (ook voor graven) en een middellarge waterbak voor drinken en rusten.