Huisdieren
Boshaasjes (cottontails) zijn vernoemd naar hun bollenstaart. Lange oren, lange achterpoten. 16 soorten. Oostelijke variant meest algemeen. Kleur: roodbruin tot grijs, allemaal dezelfde staart.
Huizen in hoge, dikke gras, randen van velden/bossen, langs hekken. Overdag schuilplaats nodig (struiken, hoog gras) – nachtactief. Nabij voedselbron. Noord-Amerika, Centraal-Amerika, Zuid-Amerika. Van koude tot hete woestijnklimaten.
Zomer: voornamelijk grassen, tuingroenten (plaag). Winter: struiken, knoppen, bast (grassen niet beschikbaar).
Maken "forms" (kuiltjes) in de grond. Seldom in hol/grot – alleen bij slecht weer. Blijven 1,2-2,4 km van huis, lopen dezelfde paden. Vaak in menselijke gebieden door voedselovervloed.