Huisdieren
Zachte dieren worden gedefinieerd door hun gebrek aan een hard, intern skelet. Dieren met schillen hebben meestal een hard, extern schild voor bescherming. Daarom zou een echt zacht dier typisch geen schil hebben.
Weekdieren (Mollusken): Dit is het klassieke voorbeeld van zachte dieren met schillen. Slakken, naaktslakken, mosselen, oesters, en inktvissen zijn allemaal weekdieren. Hoewel het schil extern is, wordt het vaak beschouwd als deel van het dierlichaam, aangezien het gesecreteerd wordt door de mantel (een deel van het weekdierlichaam).
Schildpadden: Hoewel niet strikt zacht, is hun schild een botstructuur verwachsen met hun ribben en wervels, wat een unieke combinatie van interne en externe bescherming biedt.
Het is belangrijk om te onthouden dat de termen "zacht dier" en "schil" niet elkaars uitgesloten zijn. Sommige dieren, zoals weekdieren, vallen in beide categorieën, terwijl anderen, zoals schildpadden, een unieke combinatie van kenmerken hebben.