Huisdieren
De noordelijke koperhoofdslang is een van de vijf ondersoorten, voornamelijk in de oostelijke helft van de VS. Een middelgrote slang (60–80 cm) met een dodelijke beet. Door de gevaarlijkheid heeft de slang weinig vrienden en veel vijanden.
Wilde zwijnen zijn exotische soorten die in de VS bloeien: ingevoerde wilde zwijnen, ontvluchte huisvarkens en kruisingen. Grote, gespierde dieren (90 cm schouderhoogte, 1,5 m lengte, tot 180 kg). Alleseters die alles eten wat ze vinden, inclusief reptielen. Een koperhoofdslang wordt niet actief gejaagd, maar kan door een hongerig varken gegeten worden.
Een van de belangrijkste vijanden: een grotere slang die immuun is voor het gif van de koperhoofdslang. De koninksslang wordt 90–120 cm (max 2,1 m). Natuurlijke immuniteit tegen gif van meeste Noord-Amerikaanse gifslangen. De slang is een wurger en eet regelmatig andere reptielen, vaak slangen.
Overdag loopt de koperhoofdslang gevaar van boven. Veel Amerikaanse kiekendiefsoorten eten reptielen. Grote of kleine kiekendieven vormen een bedreiging voor zowel volwassen als jonge koperhoofdslangen. Kiekendieven duiken neer en pinnen de slang met krachtige klauwen. Potentiële roofdieren: ferrugineuze kiekendief, roodschouderkiekendief, Coopers kiekendief.
De koperhoofdslang is dag- en nachtactief, afhankelijk van het seizoen. Duisternis beschermt tegen veel vijanden, maar niet tegen uilen. Noord-Amerika heeft veel uilsoorten; de grootste eten zoogdieren, vogels en reptielen als de koperhoofdslang. Met scherp nachtzicht spotten ze prooi op beweging en duiken neer als kiekendieven.
De koperhoofdslang wordt niet specifiek gejaagd door natuurlijke vijanden, maar gedood en gegeten als de kans zich voordoet. De enige vijand die actief zoekt om te doden is de mens. De gevaarlijkheid leidt tot conflict. Slangen worden vaak geschoten of doodgeslagen uit angst voor een beet.