Huisdieren
Mieren leven in georganiseerde koloniën. In een kolonie zijn de vleugelloze vrouwtjes die nesten bouwen en voedel zoeken. Dit zijn de mieren die men ziet op bomen, bij picknicks en op keukenwerkbladen op zoek naar suiker. Er zijn meer dan 10.000 soorten geïdentificeerd; de meeste eten hetzelfde. Met hun antennen ruiken, proeven, voelen en herkennen mieren voedselbronnen.
Huisdiermieren voedt u dagelijks met honing verdund met water. Gebruik een wattenbol met deze oplossing. Ze eten ook kleine stukjes noten, zaden, dode insecten en koekkruimels.
Oogstmieren zoeken zaden en brengen ze naar het nest. Daar halen ze de zaden uit elkaar en maken een pasta die ze aan elkaar voeden. Natuurlijk zijn ook andere insecten, met name termieten, onderdeel van hun dieet.
Suikermieren heten zo om hun voedselvoorkeur. Ze zijn alleseters: zuivere suiker, gelatin, honing, cake, brood, maar ook vette voedels als lever, spek en boter. Omdat ze zelden buiten nesten, vindt u ze achter stopcontacten, in pottenplanten of in scheuren in vloeren en onder keukenkasten.
Luizen zijn de 'koeien' van de mierenwereld. Luizen zugen plantensappen en scheiden honingdauw af. Mieren eten de honingdauw die luizen laten vallen en 'melken' het vloeistof door de luis met hun antennen te streelen. Mieren verzamelen ook luiseieren en brengen ze naar het nest tot de lente, waarop ze de eieren terugbrengen naar planten voor nieuwe honingdauwproductie. Wol luizen worden op dezelfde manier gebruikt.
De bladknipmier, een bekende paddenstoelenkweker, bouwt grote ondergrondse nesten met tot een miljoen mieren. 's Nachts knippen werkmieren bladstukken van bomen en planten en brengen fragmenten mee. De bladeren worden gekauwd tot pulp en gebruikt om paddenstoelen te kweken. Insectenafval en rupsdrolletjes dienen als mest.