Huisdieren
Veel soorten van het dwergzeepaardje (minder dan 2,5 cm) bleven jarenlang onontdekt door hun leefomgeving en hun vermogen om zich te verstoppen. Met bemerkenswaardige camouflage passen ze zich aan in kleur en vorm aan koraalriffen, waardoor ze bijna onzichtbaar worden.
Het dwergzeepaardje heeft koraal of zeewaaien nodig om te schuilgaan voor roofdieren. Dit kleine wezentje is bijna volledig afhankelijk van zo'n omgeving. Met zijn kleine staart hecht het zich aan koraal of zeewaaien en mengt zich meesterlijk met zijn habitat. De kleurvariatie is frappant: van fel oranje tot roze, met witte stippen tot schitterend blauw.
Dwergzeepaardjes worden typisch gevonden op diepten van 25 tot 40 meter (80-130 voet), vaak met sterke onderwaterstromen, wat wetenschappelijk onderzoek bemoeilijkt. Sommige onscrupuleuze ondernemers verplaatsen ze naar minder diepe wateren (tot 18 meter) om duikresorts aantrekkelijker te maken. Maar ze kunnen zich aanpassen: in 2011 werd een zeldzame soort voor het eerst in Australische wateren ontdekt op een schokkende diepte van 100 meter (335 voet), waar nauwelijks licht is.
On diepe, warme wateren, zoals in de westelijke Stille Oceaan (van Zuid-Japan tot Noord-Australië), worden de meeste dwergzeepaardjes ontdekt. Verrassend genoeg zijn het recreatieve duikers, niet wetenschappers, die nieuwe soorten ontdekken. De "Walea zeepaard" (genoemd naar een eiland in Sulawesi, Indonesië) en de "Severns' dwergzeepaard" (genoemd naar duiker Mike Severns) werden door duikers en onderwaterfotografen gevonden en later door wetenschappers bevestigd.
Zodra een dwergzeepaardje geboren is door zijn vader, is het op zichzelf gestellt en verwijderd zich niet ver van zijn geboorteplaats. Vanwege hun kleine grootte, slechte zwemvaardigheid en de noodzaak om gehecht te blijven aan het koraalrif waar ze geboren zijn, leven ze in kleine clusters van maximaal 20 volwassenen. De omgeving waar ze geboren zijn, is waar ze hun hele leven doorbrengen, van jong tot broedvolwassene.