Huisdieren
Het gematigde zeeklimaat is een bioom dat voorkomt in de dele van de oceaan die seizoensgebonden temperatuursveranderingen ervaren en niet zo warm zijn als tropische oceanen. Ze ondersteunen zich met seizoensgebonden bloei van nutriënten, waarbij plankton vaak de basis vormt van de hele voedselketen. Er zijn diverse dierensoorten die dit bioom hun huis noemen, variërend van vissen tot zoogdieren tot ongewervelden.
Verschillende vissoorten maken hun huis in het gematiede mariene ecosysteem. De Atlantische sluimeraal, bijvoorbeeld, leeft in de Noord-Atlantische en Arctische Oceaan en voedt zich typisch door tandachtige platen op zijn tong te gebruiken om de huid en darmen van slachtoffers op te eten. De Groenlandse heilbot voedt zich daarentegen van inktvissen en schaaldieren en kan in gematigde wateren doorheen de noordelijke halfrond worden gevonden, in zowel de Atlantische als de Stille Oceaan.
Verschillende zoogdiersoorten maken hun huis in de gematigde oceanen en wateren over de wereld, inclusief herkenbare soorten zoals dolfijnen en orka's. De grijze vinvis, die kan groeien tot 12-15 meter, maakt zijn huis in de noordelijke regio's van de Stille Oceaan, terwijl de noordelijke bottlenose vinvis leeft in diepe offshore wateren van de Arctische en Noord-Atlantische Oceaan.
De ongewervelden, een van de meest voorkomende dierengroepen, zijn bijzonder prevalent in de gematigde oceanen. De cnidaria, bijvoorbeeld, zijn een groep ongewervelden van meer dan 9.000 soorten, inclusief bekende voorbeelden als hydroiden, anemonen en korallen. Talrijke schaaldiersoorten zijn ook te vinden, zoals zeepokken, garnalen, kreeften en lobsters. De echinodermen zijn ook hier, inclusief zeesterren, zee-egels en zanddollars. Al deze dieren hebben aanpassingen ontwikkeld om in hun omgeving te leven en zich te beschermen: zeekomkommers kunnen hun ingewanden uitgooien om vijanden weg te jagen.
Vogels bewoonen ook de gematigde mariene delen van de wereld, met name nabij de Arctische en Antarctische. Een van de meest herkenbare is de keizerpinguïn, de grootste pinguïnsoort, die op enorme pakijsplaten leeft, nooit echt aan land komend. Een ander voorbeeld is de drieteenmeeuw, die in de Noordelijke Stille Oceaan, Noord-Atlantische en Arctische Oceaan woont, waar hij de meeste tijd in het water doorbrengt.