Huisdieren
In de biologie betekent "precocial" dat jongen bij de geboorte relatief volwassen en mobiel zijn. De term wordt meest voor vogels gebruikt, waar het verschil met altricial (het tegendeel) groot is. Precociale zoogdieren zijn giraffen, moskusoehoes, Afrikaanse savanne-olifanten, elanden, en een paar knaagdieren.
De olifantsrups hoort niet bij de rupsen. Deze precociale knaagdieren (ook sengis of springrupsen) zijn nauwer verwant aan olifanten door hun lange, flexibele snuit. Ze komen in zuidelijk Afrika voor, van de Namib-woestijn tot berggebieden en dichte bossen.
De grijswangige sengi is verwant aan de olifantsrups. Roodbruin lichaam, duidelijke snuit, grijze gezichtshelft. Ontdekt in 2005, eerste nieuwe olifantsrupssoort in 120 jaar. Grootste van de soort, alleen in de Udzungwa-gebergte (Tanzania), populatie < 100.
De roodbruine olifantsrups (lid van olifantsrupsen) zijn kleine, muisachtige knaagdieren in Oost-Afrika (vlaktes, savannes, bosbodems). Ze gebruiken hun lange, mobiele snuit voor mieren, wormen, termieten. Moeilijk te bestuderen: ze leggen vluchtpaden aan in de grond.
De drietoenige dwergluiaard, erkend als soort in 2001, leeft in mangrovebossen in de Caraïben. Rustige wezens met krimpende aantallen (< 1000). Goede zwemmers, kunnen hoofd 360 graden draaien, groeien groenwier op vacht voor camouflage.
Opmerking: De dwergluiaard is geen knaagdier maar een luiaard (orde Pilosa). De eerste drie soorten zijn wel echte knaagdieren (orde Rodentia).