Huisdieren
Niet alle pinguïns leven in de kou van Antarctica of de Arctis. Ook Afrika, het continent van tijgers, leeuwen en olifanten, heeft zijn eigen pinguïnsoort. De Spheniscus demersus, de Afrikaanse pinguïn, leeft in een specifiek gebied in zuidelijk-Afrika waar voedsel te vinden is. De onvliegbare vogel is prooi voor diverse roofdieren.
Met een gewicht van maximaal 3,2 kg en een hoogte van 45-50 cm wordt de Afrikaanse pinguïn ook 'ezelspinguïn' of 'zwartvoetpinguïn' genoemd. 'Zwartvoet' verwijst naar de zwarte poten, 'ezel' naar het luid, ezelachtige gegoeie. Met een zwarte bek, grijszwarte veren van borst tot poten en een meestal witte nek en gezicht, kan de vogel niet vliegen, maar zwemt met zijn vinnetjes, een gevederde staart en gevederde poten tot 35 km/u onder water.
De Afrikaanse pinguïn komt alleen voor aan de zuidkust van Afrika en 24 eilanden daarvoor. Het is een endemische soort. De Benguela-stroom zorgt voor koud water en voedsel. Afrikaanse pinguïns eten voornamelijk makreel, ansjovis, kreeftachtigen en inktvissen.
Ze kunnen het hele jaar broeien en leggen meestal twee groenachtige eieren. Nesten worden gemaakt van guano (eigen uitwerpselen). Een paar blijft het hele leven samen; man en vrouwtje wisselen dagelijks uit bij het broeden (39 dagen). Na uitkomst blijft het kuiken 30 dagen in het nest tot de dun veren zijn vervangen door watervaste veren.
De Afrikaanse pinguïn staat als 'kwetsbaar' op de rode lijst. De grootste bedreiging is olieverontreiniging door tankers bij Kaap Hoorn, dicht bij de leefgebieden. Pinguïns hebben geen bescherming tegen olie. Andere bedreigingen: eierdiefstal en commerciële visserij die hun voedselbronnen opeet.